Wikia


Bimbisara 24171
Seniya Bimbisara was de koning van Maghada. Van Assaji wist hij de datum waarop hij zal sterven. Zijn vriend Boeddha beloofde hem zijn angst te verminderen.

BiografieEdit

DevadattaEdit

Bimbisara debuteert in het derde album. Hij heeft een gerucht gehoord over een jongetje dat in de toekomst kan kijken (Assaji) en hij gelooft er niets van. Bimbisara laat Assaji bij hem komen en hij probeert hem te ontmaskeren. Bimbisara ontdekt echter dat Assaji echt helderziend is en hij maakt zich grote zorgen over een voorspelling die hij nu wel zal moeten geloven: Bimbisara zal over twintig jaar vermoord worden door zijn eigen zoon. Om hier goed op voorbereid te zijn, vraagt Bimbisara Siddharta om hulp. Deze belooft hem te helpen. Bimbisara is Siddharta dankbaar en, uit bewondering, noemt hij Siddharta voortaan Boeddha.

Het woud van OeroevelaEdit

In het vierde album is Bimbisara jarig. Omdat hij weet dat hij nu nog maar negentien jaar te leven heeft, geniet hij helemaal niet van zijn verjaardag. Hij is ook bezorgd dat Siddharta heeft besloten om naar het woud der beproevingen te gaan, waar monniken met bosjes tegelijk sterven. Als Siddharta terugteert zal Bimbisara een tempel voor hem bouwen.

Het hertenparkEdit

In het vijfde album is Bimbisara's zoon Ajatasattoe reeds geboren. Hoewel Bimbisara hem niet vertrouwt, is Ajatasattoe vastbesloten zijn vader niet te doden. Als Ajatasattoe wordt aanngevallen door een dolle olifant, wil Bimbisara geen leger sturen om hem te redden. Zijn koningin neemt hem dit erg kwalijk, omdat ze denkt dat dit met de voorspelling te maken heeft. Bimbisara besluit een beloning uit te rijken voor degene die dapper genoeg is om zijn zoon te redden. Ajatasattoe wordt door Tatta gered en Bimbisara gaat uiteindelijk akkoord met diens verzoek de olifant bij zijn kind te laten sterven. Bimbisara bewondert Tatta's kracht. Hij besluit hem te gebruiken in een toernooi tegen Yatala. Als Yatala vergiftigd wordt, wordt Bimbisara door Kosala onder druk gezet om de schuldige te vinden. Dit leidt uiteindelijk tot een oorlog tussen Kosala en Maghada

Prins AjatasattoeEdit

In het zevende album keert Boeddha met zijn volgelingen terug naar Maghada. Hij legt Bimbisara uit dat hij het onvermijdelijke lot dapper onder ogen moet zien en dat hij, tot de tijd daar is, rechtschapen moet leven en handelen. Bimbisara wordt een lekenbroeder van Boeddha en hij schenkt hem Venoevana als verblijf voor hem en zijn volgelingen. Bimbisara wordt ziedend op zijn zoon, wanneer hij een aanslag pleegt op Boeddha. Ajatasattoe wordt opgesloten en Bimbisara laat hem opgesloten zitten, zelfs nadat Boeddha buiten levensgevaar is. Bimbisara ergert zich eraan dat Ajatasattoe een dokter eist voor een zieke slavin waarop hij verliefd is geworden. Omdat Ajatasattoe met zelfmoord drijgt, geeft Bimbisara toe en de slavin wordt gered. Ze wordt echter spoedig gedood, als blijkt dat Ajatasattoe met haar wilt vluchten. Devadatta vertelt Ajatasattoe dat diens vader het bevel had gegeven. Boeddha geeft Bimbisara voor dit bevel op zijn kop, hem ervan realiserend dat het lot van de mens niet altijd vast staat. Als men probeert moet het lot te veranderen zijn.

JetavanaEdit

In het achtste album wordt Bimbisara ernstig ziek. Devadatta blijkt de koning vier jaar lang geleidelijk te hebben vergiftigd, zodat zijn vriend Ajatasattoe op de troon kan helpen. Ajatasattoe stemt toe en uit wraak wordt Bimbisara opgesloten in de toren waar Ajatasattoe in zat. Bimbisara wordt uitgehongerd en alleen diens vrouw weet nog nu en dan iets eetbaars voor hem naar binnen te smokkelen. Op de sterfdag volgens de voorspelling van Assaji is Bimbisara inderdaad stervende. Als laatste wens vraagt hij Boeddha vrede te sluiten met Ajatasattoe. Persoonlijk is hij niet boos op zijn zoon. Hij vindt zijn lot verdiend. Daarna sterft Bimbisara.

Na zijn doodEdit

De koningin van Maghada is erg bedroefd over het verlies van haar man. Ajatasattoe heeft meer last van het verlies van Devadatta en van het gezwel op zijn voorhoofd. Pas nadat hij genezen is, gaat hij zijn vader liefhebben en hij regelt een grote begravenis voor zijn vader